Het lijkt vreemd, maar er zijn gegevens die een idee kunnen geven over de omvang van dit probleem. Dat wist minister De Block aan Spooren te vertellen. Sinds 2014 wordt elke interventies immers netjes genoteerd.

"In 2014 werden er binnen de Vlaamse provincies 281.672 interventies geregistreerd. 287 interventies werden uitgevoerd door diensten waarvan men zou kunnen stellen dat ze eentalig Franstalig of Duitstalig zijn", begon de minister. "Dit vertelt ons echter niets over de taalkundigheid van de hulpverleners-ambulanciers op deze ziekenwagens."

"Deze interventies gaven aanleiding tot 236.041 afvoeren naar een spoedgevallendienst. 606 slachtoffers werden afgevoerd naar een ziekenhuis met een eentalig, Franstalig of Duitstalig, administratief statuut. Ook dit vertelt ons niets over de taalkundigheid van het personeel op de spoedgevallendiensten aldaar", vervolgde ze.

In 2015 spreken we over 294.144 interventies en 247.249 transporten naar spoedgevallendiensten. 318 interventies werden uitgevoerd door diensten waarvan men zou kunnen stellen dat ze eentalige Franstalige of Duitstalige zijn en 607 slachtoffers werden afgevoerd naar een ziekenhuis met een eentalig, Franstalig of Duitstalig, administratief statuut.

"De taalkundigheid van de hulpverlener-ambulanciers wordt nergens opgetekend. Ik kan u dan ook alleen de verhouding geven van de taal van hun diploma. Samengevat is de verhouding NL/FR voor Brussel is 510/1333, voor Vlaanderen 9481/27 en voor Wallonië 8/6021.